Voor wie dat wilde duurde de Wereldjongerendagen niet één maar twee weken. Alle Vlaamse deelnemers konden kiezen uit 7 voorprogramma’s van een week nog voor de daadwerkelijke start van de Wereldjongerendagen in Madrid. Ook Jongerenpastoraal IJD Antwerpen stond in voor een voorprogramma onder de naam ‘den opendoender’. Deze naam werd gekozen omdat we in deze week de jongeren die deelnamen wilden openen voor zichzelf, voor ontmoetingen, voor de verhalen van Petrus onze gids, voor God eigenlijk voor al datgene wat de Wereldjongerendagen te bieden hebben. Van 8 tot 16 augustus vormde Tornaboushet decor voor dit voorprogramma. 39 jongeren, 7 begeleiders en Mgr. Bonny kunnen zeggen dat ze deel uitmaakten van de groep opendoenders die zich daadwerkelijk openstelde in alle opzichten.
Vrede en alle goeds
Mgr. Bonny zette tijdens de zendingsviering die druk bezocht werd door ouders, familie en sympathisanten direct de toon door alle deelnemers een armbandje te schenken met daarop: ‘vrede en alle goeds’. Hij wenste iedere jongere toe om met vrede en niets dan goeds op weg te gaan op deze tocht en dat we dat iedereen die we tegenkwamen ook zo zouden benaderen en het hen ook zouden toewensen. De instructie was dan ook dat we het armbandje aan onze rechterhand zouden dragen zodat we er bij iedere handdruk aan herinnerd zouden worden.
Verschillende verwachtingen
21 uur op de bus gaven de gelegenheid om met wat busanimatie elkaar al wat te leren kennen. Duidelijk werd dat ieder met zijn eigen verwachtingen aan dit avontuur begon. De één kon al vertellen over eerdere edities van de Wereldjongerendagen uit eigen ervaring, de ander nog niet. Sommigen hoopten hun geloof te verdiepen, anderen vooral mensen te leren kennen, nog anderen waren gewoon nieuwsgierig geworden en wisten niet wat te verwachten. Ondanks de verschillende motieven was er direct een openheid om elkaar echt te leren kennen en had iedereen er, soms met de nodige zenuwen, zin in.
Geven²
Met veel enthousiasme ontving een groep van 15 vrijwilligers gehuld in oranje shirtjes ons. De burgemeester en de jonge priester Alvi hadden vooraf al maandenlang alles mee voorbereid en stelden zo ongeveer de volledige infrastructuur van het dorp ter beschikking: de sporthal om te slapen, het parochiehuis om in te vergaderen en te koken, de kerk, , de douches van de voetbalvereniging en als kers op de taart het gemeentelijke zwembad wat geen luxe was in deze hitte. ’s Avonds kregen we direct ook een welkomstdiner voorgeschoteld en leerden we de mensen van Tornabous stilaan kennen. Eén van de jongeren, Katleen Gommeren, gaf aan zich door het warme onthaal direct thuis te voelen. Een voorbeeld in gastvrijheid is het zeker. Gelukkig konden we ook wat terugdoen. Een aantal keren zouden we als groep ons inzetten voor het dorp. Deelnemer Liza Gernaey aan het woord: “ Naast het herschilderen van de paaltjes rond het voetbalplein en het verbeteren van het voetpad naast de rivier, was een van de opdrachten het ‘zoeken naar het waterbekken’. Geprikkeld door het mysterieuze en met de klanken van ‘wij zoeken een schat’ van Samson en Gert in m’n hoofd, sloot ik me bij deze groep aan.
We kregen een plek aangeduid, aan de rand van een weg die het dorp uit leidde, waar het waterbekken vermoedelijk was. Hoewel het 150 jaar geleden was dat iemand het nog gezien had en er dus geen levende ziel over kon getuigen, gingen wij met schoppen, pikhouwelen en hier en daar wat brute kracht aan de slag. Na wat nu slechts minuten leken, stootten we op ‘iets hard’. Het bleken enkele stenen te zijn, die achter elkaar op een lijn lagen. We waren verbaasd en verstomd en hoopten stiekem al dat dit het wel eens zou kunnen zijn, maar wanneer we de burgemeester en andere voorbijkomende inwoners van Tornabous vroegen of we wel degelijk het waterbekken hadden gevonden, konden ze daar niet op antwoorden. Naast het feit dat niemand het effectief had gezien, wist zelfs niemand hoe dat ding er uit zag!! Zo gingen we enkele dagen verder en onze vondst van de eerste dag bleek wel degelijk het waterbekken te zijn. Met de hulp van enkele Indiërs en een graafmachine werd heel het waterbekken blootgelegd.’’
Maar het geven beperkte zich niet tot dienstbaarheid over en weer. Ook in de groep gaven de jongeren zich. Liza opnieuw aan het woord: ‘’We leerden elkaar in snel tempo kennen. De leefgroepmomenten zorgden er elke keer weer met een andere methodiek voor dat we ons niet alleen openstelden naar de anderen in de groep, maar ook simpelweg onszelf beter leerden kennen. Jezelf vergelijken met een boom of een toneelzaal, het klikt misschien een beetje abstract, maar dat neemt niet weg dat ik er veel heb uit geleerd en dat ik toch ook zeker door deze momenten een stapje dichter kwam bij mijn tochtgenoten en mezelf.” Werken voor Jongerenpastoraal IJD blijft machtig omdat je er steeds getuige van mag zijn dat jongeren openbloeien omdat ze een groep vinden waarin ze merken dat ze zichzelf kunnen zijn.
Wat bij zal blijven
Liza: “Wij kwamen aan in Barcelona, samen met 30.000 andere jongeren die op dat moment in Catalonië zich aan het voorbereiden waren op de WJD. We begonnen met een viering in het ‘Parc del Forum’, waarbij in de broeiende hitte het ene kippenvelmoment het andere opvolgde.
En toen kwam het moment. Hoewel ik de Sagrada Familia al in 2007 zag, was dit ongetwijfeld het hoogtepunt van mijn reis. Ik kwam binnen en werd met stomheid geslagen. Na een fantastische uitleg over de ‘on-af-heid’ van deze basiliek en een vergelijking daarvan met de ‘on-af-heid’ van ons geloof, onze Kerk, was ik ontroerd tot in de puntjes van mijn tenen. Ik kon enkel zitten en kijken. Dat heb ik dan ook gedaan, een uur lang, te midden van alle andere jonge bezoekers. Hoewel de avond met een festival werd afgesloten, leek dit feest mij voorbij te gaan. De roes van de Sagrada Familia hing nog op mij.
En hoewel die laatste week, in Madrid, eindigde met een unieke nacht op het vliegveld Cuatro Vientos, waar we allen samen in open lucht sliepen, moet ik zeggen dat die eerste week, met schattenjacht en diepe gesprekken, met tijd voor bezinning en het gevoel dat je iets betekent voor anderen, zowel in de groep als in het dorp, mij voor altijd zal blijven.
De WJD hebben mij geraakt. Tot in het diepste van mijn hart, tot in de kern van mijn geloof. Ze hebben me gesterkt. En daarvoor een oprechte dankjewel aan de begeleiders van het Antwerpse voorprogramma, aan mijn medereizigers en aan de mensen die ik ondertussen goede vrienden mag noemen. Het was fenomenaal!’’